Eeuwigheidszondag

In november vieren veel Protestantse kerken een soort Oudjaarsdag: de Eeuwigheidszondag. In 2020 op 22 november. Er wordt stilgestaan bij mensen die afgelopen tijd zijn overleden, net zoals met Allerzielen. Daarbij wordt troost gevonden in de belofte van Gods zorg voor onze geliefden die er niet meer zijn, én hoop geput uit de belofte dat God ‘alles nieuw zal maken’.
Het is een speciale dienst waarin alle namen van de mensen die in dat jaar zijn overleden, hardop worden  genoemd.

In 2020 was de viering anders dan in voorgaande jaren. Door de coronamaatregelen was er alleen een onlinedienst. Nabestaanden van de overledenen konden dus niet bij de dienst aanwezig zijn. Er kon niet persoonlijk een kaarsje worden aangestoken.

Hoopvolle toekomst

Tijdens Eeuwigheidszondag wordt niet alleen gedacht aan wie er was, maar ook aan de toekomst die ons te wachten staat. Christenen baseren dit op wat zij in de Bijbel lezen over Gods plan om de wereld op een dag nieuw te maken. Dit wordt ook wel een ‘hoopvolle toekomst’ genoemd. Eeuwigheidszondag gaat dus om herdenken én vooruitkijken.

Achtergrondinformatie

Voor deze zondag worden verschillende benamingen gebruikt. Eeuwigheidszondag komt uit de lutherse traditie van de 19e eeuw, die een alternatief vond voor de rooms-katholieke traditie van Allerzielen. In de calvinistische traditie in Nederland noemde men de zondag Eeuwigheidszondag. Deze benaming paste beter bij het karakter van deze zondag: een dag die geen afsluiting is maar juist onderstreept dat de tijd en de kerk doorgaan. Naast Eeuwigheidszondag bestaan de benamingen: Dodendag,  Gedachteniszondag en Zondag Voleinding.

De laatste zondagen in november, voordat de blijde adventstijd aanbreekt, heten de zondagen van de voleinding. We denken dan niet aan zoiets als “afronding”, maar, veel meer toekomstgericht, aan de voltooiing van al Gods plannen – met onze wereld, met ons eigen leven. Met Advent begint het nieuwe kerkelijk jaar. De zondag vóór Advent, de laatste zondag van het kerkelijk jaar, wordt ook wel zondag van de voleinding of eeuwigheidszondag of dodenzondag genoemd. Dodenzondag is de oudste benaming van deze zondag.

Ontstaan

Het eigen karakter van deze zondag is ontstaan in 1816, toen koning Frederik Willem III van Pruisen bepaalde dat die laatste zondag een “algemeen christelijk feest ter herinnering aan de overledenen” zou zijn. Hierbij speelde ook de nagedachtenis aan hen die in oorlogen waren gesneuveld, een rol.

Deze dodenzondag, van oorsprong een Lutherse gewoonte, werd de protestantse tegenhanger van Allerzielen, de gedenkdag binnen de rooms-katholieke kerk van de gestorven gelovigen (2 november). In reformatorische kringen werd de dodenzondag op theologische gronden steeds weer afgewezen en er werden andere namen aan gegeven, zoals Eeuwigheidszondag. Toch is het wel de gewoonte geworden op deze zondag de mensen die in het afgelopen jaar zijn overleden, met name te noemen en met hun nabestaanden in het gebed te gedenken. Soms wordt dit gedaan op Oudejaarsavond, waarbij dan het terugkijken op het oude jaar centraal staat.

De naam Eeuwigheidszondag laat het meest het karakter van deze zondag zien, beter dan “laatste zondag van het kerkelijk jaar” dit doet. Want de tijd gaat door, het blijft altijd een voorlaatste zondag, afgesloten wordt er niets. Het kerkelijk jaar blijft altijd rondgaan als de wenteltrap, rondgang èn voortgang.

Steek een kaarsje aan

Op de website van Ik mis je kun je een kaarsje opsteken voor iemand die je mist. Een kaarsje om te gedenken, maar ook om licht in het donker te brengen.

Voor wie steek jij zondag een kaarsje aan?